annemarie boorsma

ONLINE CURSUS EUROPESE KUNSTENAARSDORPEN 1840–1940

In de 19de en vroege 20ste eeuw ontstonden er in Europa tal van kunstenaarsdorpen. Kunstenaars trokken zich terug uit de snelgroeiende, geïndustrialiseerde steden en zochten juist de rust en inspiratie van het platteland op. Ze verlangden naar een puur contact met de natuur en voelden zich aangetrokken tot plekken waar ook schrijvers, musici, acteurs en dansers samenkwamen.

Het Franse Barbizon wordt beschouwd als het oudste kunstenaarsdorp. Hier werkten onder anderen Théodore Rousseau, Jean-François Millet en Charles-François Daubigny. Zij vormden de zogenaamde School van Barbizon en worden gezien als voorlopers van het impressionisme. Deze kunstenaars schilderden in de open lucht – iets revolutionairs in die tijd – wat mede mogelijk werd gemaakt door de uitvinding van de verftube.

In Pont-Aven, in Bretagne, vestigden zich onder anderen Paul Gauguin, Émile Bernard en Paul Sérusier. Zij maakten deel uit van de Nabis-groep, die zich afzette tegen het impressionisme en juist meer nadruk legde op vorm en symboliek. Sommige leden van deze groep lieten zich inspireren door de sierlijke lijnen van de Art Nouveau.

In het Franse Collioure werkten Henri Matisse en André Derain in een uitbundige stijl met felle kleuren. Deze benadering leidde tot het ontstaan van het fauvisme. In het Franse Céret zouden Pablo Picasso, Georges Braque en Juan Gris het kubisme verder ontwikkelen.

Duitsland kende ook invloedrijke kunstenaarsdorpen. Worpswede was een geliefde plek voor schilders als Johann Heinrich Vogeler, Fritz Mackensen, Otto Modersohn, Paula Modersohn-Becker en de beeldhouwster Clara Westhoff. De dichter Rainer Maria Rilke kwam er regelmatig en schreef zelfs een boek over het dorp. De meeste kunstenaars werkten in de impressionistische stijl en in de stijl van de jugendstil, hoewel Modersohn-Becker zich later tot het expressionisme zou ontwikkelen.

In het Beierse Murnau werkten Wassily Kandinsky, Gabriele Münter, Marianne von Werefkin en Alexej von Jawlensky, die met hun expressionistische werken met felle kleuren en hun fascinatie voor nieuwe levensbeschouwingen, de weg vrijmaakten voor abstracte kunst.

In het Belgische Sint-Martens-Latem werkten kunstenaars uit verschillende stromingen: symbolisten zoals Gustave van de Woestijne en beeldhouwer George Minne, impressionisten zoals Léon De Smet, en expressionisten zoals Constant Permeke.

Ook in het hoge noorden vonden kunstenaars inspiratie. Het Deense vissersdorp Skagen trok impressionisten als Michael en Anna Ancher en Peder Severin Krøyer. De bijzondere lichtval en het ruige landschap spraken tot de verbeelding.

In het Zwitserse Ascona verzamelden zich kunstenaars als Marianne von Werefkin, Alexej von Jawlensky, Paul Klee, Otto van Rees, Adya van Rees-Dutilh, en Oskar Schlemmer. Ascona was niet alleen een broedplaats voor kunst, maar ook voor alternatieve levenswijzen: vegetarisme, geheelonthouding en naturisme vierden er hoogtij. Ook schrijvers als Thomas Mann, Frederik van Eeden en Adriaan Roland Holst verbleven er.

Het Litouwse kustplaatsje Nidden (ook bekend als Nida) trok vooral expressionistische kunstenaars, onder wie Lovis Corinth, Max Pechstein en Karl Schmidt-Rottluff.

Tot slot was er St Ives, een badplaats in Cornwall (Engeland), waar kunstenaars als Ben Nicholson, Barbara Hepworth en Christopher Wood actief waren. St Ives groeide uit tot een belangrijk centrum voor moderne kunst in Groot-Brittannië.

De cursus gaat vooral over schilderkunst, maar ook allerlei andere kunstvormen komen aan bod.

Deze cursus gaat niet over kunstenaarsdorpen in Nederland. Het is mogelijk om deze cursus over NEDERLANDSE kunstenaarsdorpen 1840-1940 ook online te volgen.

Kosten: Deze online cursus van 11 lessen kost € 120,00 .

Voor meer informatie en aanmelding: annemarieboorsma@gmail.com, of 070-3822130